Leo, kan je ons meenemen naar jouw jaren in de Heilig Hartschool?
“Ik ben hier gestart als onderwijzer in 1977. Eerst in het vijfde leerjaar en het jaar nadien in het zesde. In 1981 werd ik directeur van de jongensschool.”
De site zag er toen anders uit dan vandaag, klopt dat?
“Wat vandaag nog op de site staat, is de uitbreiding die in 1958 werd gebouwd. Voordien, van 1927 tot 1958, was er alleen het schoolgebouw, op de plek waar later de oude bibliotheek kwam. Omdat het aantal leerlingen bleef groeien, was extra ruimte nodig. Met de uitbreiding kreeg de school in totaal tien klassen. In die periode liepen hier ongeveer 180 jongens school.”
Hoe zag het leven op de speelplaats eruit?
“Tussen de twee gebouwen lag een speelplaats met bomen. In een van die bomen heb ik zelf een houten kapelletje gemaakt. Ik herinner me ook dat ik de jongens soms als straf rond de bomen liet lopen. In een hoekje van de speelplaats stond mijn directeursgebouwtje. Het staat er nog altijd, waar ik heel blij om ben.”

Het oorspronkelijke gebouw van de Heilig Hartschool, waar nu de oude bibliotheek staat. Met in de boom een kapelletje, getimmerd door Leo.
De huidige grote feestzaal was vroeger de turnzaal. Zie je dat nog ergens aan?
“Ja, aan de vloer! Die tegels liggen in een vast patroon. Dat was bewust zo aangelegd voor de turnlessen. De jongens moesten op vaste plaatsen staan. Ik kan me ook nog de turnramen herinneren aan de zijkant van de zaal. Het podium dat nu weggewerkt is, werd gebruikt als refter voor de kinderen die op school bleven eten.”
Het thema van Erfgoeddag is dit jaar ‘Ha Ha Humor’. Zijn er grappige momenten die je zijn bijgebleven?
“Zeker. Eén van de eerste dingen waar ik aan denk, is een weekopening van het vierde leerjaar. Ze hadden een volledig decor gebouwd met kartonnen dozen en ladders. Eén van de braafste jongens kreeg de taak om zich te verstoppen op een ladder en op het juiste moment een bal in het publiek te gooien. Alleen stortte het hele decor al in nog voor dat moment er was. Het was chaos, maar we hebben toen ontzettend gelachen.”
In 1983 verhuisde de jongensschool naar een nieuwe locatie. Hoe verliep dat?
“Dat was een hele belevenis. We verhuisden naar de gebouwen van de vroegere meisjesschool, in de Zandbergstraat en de Pastoor Termotestraat. Zo werd Wingene één grote gemengde school. De jongens moesten zelf hun bureautjes door het centrum dragen, helemaal tot aan de Centrumschool.”
Na de verhuis kreeg de site een vrijetijdsfunctie. Wat vond je daarvan?
“Ik vond dat een mooie evolutie. Zelf was ik toezichter van de muziekschool die hier nog een tijd bleef. Ik ben hier dus nog vaak teruggekomen. Dat deze plek een invulling kreeg voor vrije tijd, voelde logisch. En dat er nu opnieuw toekomstplannen zijn met het Keizerspark, vind ik alleen maar positief. Wingene heeft nood aan ruimte voor ontmoeting en ontspanning.”
Kijk je uit naar het reüniegedeelte van Erfgoeddag?
“Absoluut. Het is altijd fijn om oud-leerlingen en collega’s terug te zien. Er is een periode geweest dat ik vaak werd uitgenodigd voor reünies van leerlingen. Dat ik ze nu opnieuw en dan nog eens met zoveel tegelijk kan terugzien, doet deugd. Ik merkte het deze zomer nog op de rommelmarkt. Ik kon geen tien stappen zetten of ik werd aangesproken. ‘Ken je mij nog?’ zeggen ze dan. Meestal herken ik hen meteen en weet ik zelfs hun naam nog. Dat blijft bijzonder. Deze plek leeft duidelijk verder in de mensen.”



