Ongewenst gedrag

Vlaggensysteem bij incidenten

Een veilige en positieve omgeving voor elk kind

Tijdens onze vakantiewerking willen we dat elk kind zich veilig voelt en met plezier kan spelen. Kinderen zoeken soms grenzen op. Dat hoort bij het opgroeien en is een normaal onderdeel van hun ontwikkeling. Daarom kiezen we voor een aanpak die inzet op duidelijke afspraken, herstel en groeikansen.

Om incidenten op een eenduidige manier aan te pakken, werken we met een vlaggensysteem. Dit helpt animatoren en verantwoordelijken om gedrag correct in te schatten en gepast te reageren.

Wanneer spreken we van een incident?

Een incident is elke situatie waarbij afspraken niet worden nageleefd of waarbij de veiligheid, het welzijn of de goede sfeer binnen de werking in het gedrang komt.

Voorbeelden zijn:

  •        weglopen
  •        agressief gedrag
  •        pestgedrag
  •        discriminatie of racisme
  •        vandalisme
  •        seksueel grensoverschrijdend gedrag
  •        herhaaldelijk storend gedrag
  •        afspraken bewust niet naleven

Deze lijst is niet limitatief. Elke situatie wordt afzonderlijk bekeken.

Hoe gaan we te werk?

Bij een incident volgen onze animatoren en verantwoordelijken steeds dezelfde werkwijze.

Stap 1. We bekijken de situatie

Eerst wordt nagegaan wat er precies gebeurd is. Daarbij houden we onder meer rekening met:

  •        de aanleiding van het gedrag
  •        de leeftijd en ontwikkeling van het kind
  •        de ernst van de situatie
  •        eventuele betrokkenheid van andere kinderen
  •        eerdere gelijkaardige incidenten

Stap 2. Overleg met de verantwoordelijke

De hoofdanimator, pleinverantwoordelijke of Team Jeugd bespreekt het incident. Zij bepalen welke vlag het best aansluit bij de situatie.

Stap 3. We kennen een vlag toe

Afhankelijk van de ernst van het gedrag krijgt het incident een groene, gele of rode vlag.

Groene vlag

Een groene vlag staat voor gedrag dat past binnen de normale ontwikkeling van kinderen.

De animator spreekt het gedrag aan, maakt duidelijke afspraken en stuurt waar nodig bij. Indien nodig wordt de hoofdanimator of pleinverantwoordelijke betrokken.

Gele vlag

Een gele vlag wordt gebruikt bij storend of ongewenst gedrag dat de werking verstoort of onvoldoende respect toont voor anderen.

Voorbeelden zijn ongepast taalgebruik, weglopen, herhaaldelijk niet luisteren of respectloos gedrag tegenover kinderen of animatoren.

Bij een gele vlag:

  •        gaat de animator in gesprek met het kind
  •        worden de ouders geïnformeerd (telefonisch of face to face)
  •        wordt het incident geregistreerd in het logboek
  •        krijgt het kind een herstelgerichte, bevorderende opdracht, bijvoorbeeld helpen opruimen of afwassen

Bij herhaald geel gedrag overlegt Team Jeugd of een rode vlag aangewezen is.

Rode vlag

Een rode vlag wordt toegekend bij ernstig grensoverschrijdend gedrag.

Voorbeelden zijn fysieke agressie, racisme, diefstal of ernstig pestgedrag.

Bij een rode vlag:

  •        wordt onmiddellijk een gesprek gevoerd met het kind
  •        worden de ouders gecontacteerd
  •        wordt het incident geregistreerd in het logboek
  •        krijgt het kind een herstelgerichte, bevorderende opdracht
  •        beslist Team Jeugd of een tijdelijke schorsing nodig is; een eerste schorsing bedraagt doorgaans 1 dag

Bij herhaling van ernstig gedrag kan de schorsing verlengd worden. Nadien volgt steeds een evaluatiegesprek.

In heel uitzonderlijke situaties, waarbij de aanwezigheid van het kind niet als veilig wordt ervaren door andere kinderen of animatoren, kan van deze werkwijze afgeweken worden en onmiddellijk tot schorsing worden overgegaan. Dit kan enkel met goedkeuring van de algemeen directeur.

Belangrijke afspraken die we altijd volgen

  •        We benoemen gedrag altijd rustig en duidelijk.
  •        Elke gele en rode vlag wordt genoteerd in het logboek.
  •        We stimuleren positief gedrag en geven kinderen kansen om te leren uit fouten.
  •        Bij twijfel wordt er altijd overlegd tussen animatoren en verantwoordelijken.

Herstel en dialoog staan centraal

We geloven dat kinderen leren door duidelijke grenzen, een eerlijk gesprek en de kans om hun gedrag bij te sturen. Daarom kiezen we zoveel mogelijk voor een herstelgerichte aanpak. Enkel wanneer de veiligheid of het welzijn van andere kinderen of animatoren in het gedrang komt, kunnen bijkomende maatregelen, zoals een tijdelijke schorsing, noodzakelijk zijn.

Preventief werken

Als werking zetten we in de eerste plaats in op het voorkomen van grensoverschrijdend gedrag. Bij de start van de vakantiewerking lichten we onze regels duidelijk toe aan de kinderen, en we herhalen deze wanneer nodig. We streven naar een goed contact met de kinderen in een relaxte sfeer, met wederzijds respect en laagdrempelige communicatie.

Zijn er zaken waar we als werking op de hoogte van moeten zijn? Heeft je kind nood aan extra ondersteuning of begeleiding? Laat het ons weten! Dit helpt ons om preventief te werken en een goede sfeer te creëren voor zowel kind als werking. Je kan ons contacteren via vrijetijdspunt@wingene.be.

Downloads